High Resolution Vision

de nieuwe standaard in de optiek! Voor een ongeevenaard scherpe blik!!

lees meer...

Actrices van weleer bepalen mode 2012

 

lees meer.....

 

 
Zoveel lensvloeistoffen,
maar welke? 


lees meer.....

 

 

Nieuwe trend:

vouwbare Wayfarer 

  

Kleiner is niet altijd beter, maar vaak wél een stuk handiger! Ray-Ban kon dan ook niet achterblijven met het “verkleinen” van een van de bekendste modellen van het merk. De Wayfarer is namelijk nu ook verkrijgbaar als opvouwbaar model. Handig voor in je tas of jaszak!

HET ROON

Wij zijn lid van Het Regionaal Overleg Opticiens Nijmegen

De werking van het oog

We kunnen de werking van het oog het beste vergelijken met de werking van een fotocamera. Zowel het oog als een camera hebben een lens, en de pupil kan worden beschouwd als de lensopening. Het netvlies is dan de lichtgevoelige "film" waarop het beeld dat van buiten komt wordt afgebeeld. 

 

        

 

 

 

Net als een fotocamera heeft het oog licht nodig. Wanneer een lichtstraal in het oog valt wordt deze door het lenzensysteem (hoornvlies en lens) afgebogen. Daardoor komt de lichtstraal op het netvlies. Het beeld dat daar wordt gevormd staat ondersteboven en is verkleind. Als dit beeld via de oogzenuw in de gezichtscentra van de hersenen terechtkomt, krijgt het zijn betekenis. De beelden van beide ogen gecombineerd en de verklaring vindt plaats. 

 


Hoornvlies en lens(het lenzensysteem)

Hoornvlies en lens spelen bij het "scherp" zien een belangrijke rol. Zowel het hoornvlies als de lens zorgen ervoor dat de lichtstraal wordt gebroken. De grootste breking van het licht treedt op in het hoornvlies. De lens moet het beeld verder "scherp stellen". Wanneer iemand een voorwerp in de verte bekijkt, dan wordt de lens door spiertjes platter gemaakt. De lichtstralen worden dan minder sterk gebroken en kunnen van grote afstand op het netvlies vallen. Ziet men een voorwerp dichtbij dan wordt de lens door spiertjes boller gemaakt. Hierdoor wordt het licht sterker gebroken en komt het voorwerp scherp op het netvlies. Deze aanpassingen noemen we accommodatie en zijn te vergelijken met het instellen van een cameralens; bij het oog gebeurt dit echter onbewust. 

 

 

 

        

 

Iris en pupil

De iris is gekleurd door pigment. Bij weinig pigment is de iris blauw, bij veel pigment bruin. De opening in het midden is de pupil en daarmee regelt het oog de lichtopname. De pupil wordt nauwer bij veel licht en wijder bij weinig licht. Beide pupillen veranderen gelijktijdig, in een reflex. Maar niet alleen het licht heeft invloed op de pupillen. Als men naar een voorwerpen kijk dat dichtbij ligt worden de pupillen ook kleiner, terwijl ze groter worden bij het zien van iets ontroerends of opwindends.

 

       

 

 

Kleuren zien

Met de kegelvormige cellen van het netvlies kunnen we kleuren zien. Er zijn drie soorten kegeltjes en elke soort bevat een eigen pigment: rood, groen en blauw; de zogenaamde primaire kleuren. De vele duizenden verschillende tinten die een mens kan onderscheiden zijn allemaal van deze kleuren afgeleid. De hersenen zorgen er voor dat men de beelden niet alleen in de juiste verhouding ziet, maar via de signalen die de kegeltjes uitzenden ook in de goede kleur. Dat een kleur soms anders wordt ervaren, komt door de kwaliteit van het licht. Bij lamplicht heeft alles een iets andere kleur dan bij zonlicht.

Er is sprake van kleurenblindheid wanneer men bepaalde kleuren niet herkent. In de meeste gevallen worden de kleuren groen en rood door elkaar gehaald. De aanleg voor deze aandoening is meestal erfelijk en komt meer voor bij mannen (8%) dan bij vrouwen (0,4%). Omdat verkeerslichten volgens internationale afspraken worden uitgevoerd, weet iemand die kleurenblind is door het oplichten van de bovenste ronding toch dat het licht op rood staat, zonder dat men de kleur als zodanig herkent.

Beelden zien

Elk oog geeft z'n eigen beeld aan de hersenen door. Doordat beide beelden met elkaar gecombineerd worden ontstaat perspectief en kan men diepte zien. Om dit te ondervinden kunt u de volgende test doen. Sluit één oog en probeer een 30 tot 50 centimeter voor u op de tafel liggend voorwerp met de wijsvinger in één keer vanuit de lucht aan te raken. Naar alle waarschijnlijkheid lukt dat niet. Wanneer u beide ogen opent, kost dit echter geen enkele moeite. Dit bewijst dat de ogen slechts in samenwerking ruimtelijk zien en daardoor het schatten van diepte
 


Maar ook wanneer men met beide ogen kijkt is het gezichtsveld beperkt. Slechts een kleine zone van het gezichtsveld is scherp te zien. Wat zich daarbuiten afspeelt wordt weliswaar opgevangen maar is niet helder. Toch is deze zone net zo belangrijk. Verschijnt er een auto in de hoek van het gezichtsveld, dan ziet men deze niet scherp, maar wel goed genoeg om erdoor gewaarschuwd te worden. Dat men veel beelden herkent zonder ze in hun geheel te zien, is te danken aan het geheugen. Dat wat je nu ziet wordt vergeleken met dingen die je in het verleden gezien hebt. Zo herken je ook voorwerpen die op elkaar lijken maar niet gelijk zijn.

 

Bescherming 

De ogen worden op natuurlijke wijze beschermd. Ze zitten veilig in kassen waardoor ze tegen een stootje kunnen. Daarnaast worden ze nog eens extra beschermd door de oogleden die zich bij dreigend gevaar in een reflex sluiten. Men knippert zo'n tien tot vijftien keer per minuut met de oogleden. In een rokerige ruimte of bij veel inspanning gaat deze frequentie omhoog zodat er elke keer een beetje traanvocht uit de traanklier over het oog wordt verspreid. Traanvocht gaat uitdroging van de oogbol tegen en doodt schadelijke bacteriën. De wimpers beschermen het oog tegen vuiltjes, kleine insecten en zonlicht, terwijl de wenkbrauwen er voor zorgen dat regen of zweet niet in, maar naast de ogen loopt.